Na lange tijd niks van ons te laten horen zijn we eindelijk weer in staat op de site wat bij te houden. De afgelopen dagen zijn wij onbereikbaar geweest vanwege woestijn omstandigheden.
In Dahkla hadden we weer een rustdag, dit kwam goed uit want we moesten onze Dirhams omwisselen naar Euro’s omdat je vanaf Mauritanië niet meer kan pinnen. Al je geld moet je dus contant mee nemen. Na 3 wissel kantoortjes gehad te hebben (de meeste hadden niet genoeg Euro’s) vonden we er eentje die het voor elkaar kon krijgen. We moesten even 10 minuten wachten… Na ongeveer 30 minuten gewacht te hebben kregen we te horen dat we morgen terug moesten komen omdat het niet meer ging lukken.Ze konden ons alleen voor 500 euro’s wisselen. Zo gezegd zo gedaan, en wij de volgende dag weer netjes terug. Tot onze verbazing hadden ze het voor elkaar ook, we hadden alles netjes omgewisseld dus konden vol goede moed Mauritanië in. Ook hebben we op deze rustdag het vorige stukje online gezet door met de laptop in de auto te scannen naar onbeveiligde draadloze netwerken. Gelukkig vonden we er eentje bij een duur hotel, dus daar hebben we op de parkeerplaats even gebruik van gemaakt. Dat is een stuk goedkoper als een internet café. Paul S kwam op zijn zoektocht naar een paar douche slippers een Nederlandse Marokkaan tegen, die even had geholpen met de onderhandelingen. ’s Avonds hadden we hem uitgenodigd om wat te komen drinken bij onze camping, en gelukkig kende hij wel weer een plaatsje waar je bier kon halen. Erg makkelijk dus als je zo iemand tegen komt.
Vanuit Dahkla zijn we dus vorige week vertrokken naar Mauritanië, na een kilometer of 300 over de wegen te rijden kwamen in een stukje No-Mans land. Dit betekent dat je eerst Marokko uitrijdt en daarna nog geen ander land inrijd, je rijdt dus op een stuk land wat van niemand is. Er zijn geen wegen en je moet achter de gids blijven rijden omdat er overal mijnen liggen. De paden zijn super slecht en omdat wij die aanhanger achter de Jeep hebben klapten we constant op de eindaanslag van de vering. Alle spanbanden van de aanhanger klapte kapot van het trillen dus moesten we inventief knopen om alles op z’n plek te houden. Wat je ziet als je naar buiten kijkt? Veel gestripte autos en een hele hoop rotzooi.
Bij de grens van Mauritanië moesten alle kentekens ingeleverd worden zodat er verzekeringen afgesloten konden worden voor onze auto’s. Daarna moesten de auto’s nog eens ingevoerd worden, en dit ging gepaard met een hoop tijd en veel papierwerk. Na een paar uur konden we weer door richting onze verblijfplaats in de buurt van Nouadibou, dit was een camping met een aantal kamers. Deze kamers zaten natuurlijk gelijk vol omdat alle leiders niet buiten wilden slapen. Wij als arme studenten konden zelf naar een oplossing zoeken. Aangezien er een binnenplaats was die mooi bekleed was met tapijten vonden wij het wel een geschikt plan om daar onze tent op te zetten. Paul S en Sander vonden zelf dat niet nodig en sliepen gewoon in de buitenlucht in de binnenplaats.
De volgende gingen we kijken op een technische middelbare school in Nouadibou, waar wij ook een hoop hulpgoederen en lesmateriaal zouden afgeven en installeren. Daar aangekomen kregen we eerst een rondleiding door alle gebouwen, wat er leuk was omdat er van alles te zien was wat nog nooit gebruikt is. Ze hadden er van alles, van autotechniek tot bouwkunde en qua gereedschap kwamen ze ook niets tekort. Wat wij jammer vonden is dat al het materiaal wat wij gezien hebben naderhand terug de dozen in ging, de studenten werken er dus niet mee. Toch wisten de studenten daar er van alles over te vertellen en de docenten waren ook enthousiast, en dat was dan weer wel heel leuk om mee te maken. Wat opviel is dat er veel meiden op de school zaten die dus een technische opleiding doen, de reden is dat deze school heel hoog aangeschreven staat en de studenten verzekerd zijn van een goede baan met hun diploma. Er werd verteld dat er jaarlijks zo’n 6000 aanmeldingen binnen komen en dat er maar ruimte is voor 200 leerlingen. Na de interessante rondleiding was het tijd om de spullen te overhandigen, wat wij mee hadden genomen waren 2 oscilloscopen en 2 sets electro borden. Dit zijn kunststof plankjes met gaatjes erin waar je verschillende electro componenten met elkaar kunt verbinden om zo allerlei schakelingetjes te creëren. Via de computers (die ook gedoneerd werden) konden ze de lesbrieven opzoeken die bij de electro borden hoorden. De directeur van de school heeft een informatica docent gebeld die meteen naar de school kwam gesneld. Aan hem hebben we uitgelegd hoe het precies werkte en hoe hij er zelf mee kon werken. We gaan ervan uit dat het helemaal goed komt met het electro gebeuren op die school. Nu de auto weer wat leger was konden we water inslaan voor de woestijn, dus hadden we na het eten in een lokaal restaurantje, wat erg goed smaakte, gelijk maar water ingeslagen. 6 dozen met 12 flessen van 1,5 liter water. Juist ja 108 liter water + hetgeen wat we nog hadden kwam uit op 120 liter water om de woestijn mee in te gaan. Het paste allemaal maar net in de auto maargoed net is goed genoeg.
Eenmaal terug op de camping kregen we weer lekker te eten (hoorde allemaal bij de prijs) en daarna was er een Mauretaans feest georganiseerd in de tent naast de camping. De lokale bevolking en wij Nederlanders werden gescheiden, maar iedereen kon wel elkaar zien en er werd gedanst en muziek gespeeld en gezongen, echt grappig om het eens mee te maken. Vooral de muziek was erg grappig omdat er een keyboard aanwezig was maar de man achter het keyboard had nog niet uitgevonden hoe je andere geluidsfragmentje onder de toetsen kon zetten. Hierdoor leek elk nummer op elkaar vanwege dat constant hetzelfde deuntje. Na 1,5 uur hadden we het ook weer gezien en zijn we naar bed gegaan.
De volgende morgen moesten we er vroeg uit omdat we de woestijn in gingen. Met de gids erbij zijn we het zand in gegaan. Nadat we ongeveer 100 meter van de weg af waren stond de Volvo al vast in het losse zand. Een van de Bakelse Friends zou de Volvo er wel even uittrekken maar vanwege hun ongelofelijke onkunde trokken ze de complete voorbumper, stootbalk en sleepoog er vanaf. In het begin was het “wegdek” erg besteend en moeilijk berijdbaar, maar na een paar uur rijden kwamen we ook op zandvlaktes waar je makkelijk 100 km/u kon rijden. Dat was echt gaaf om zo hard door het zand te rijden. De Volvo verloor zijn achterbumper omdat deze zand schepte en later nog z’n uitlaat omdat die ook laag hing. We sliepen die avond weer in een soort nomaden tentje aan de kust. De volgende ochtend werden we wakker door de regen, jaja het goot in de woestijn! De gids vertelde dat het 3 jaar geleden was dat het zo regende daar, tja dat zullen wij Nederlanders wel mee hebben genomen ofzo.
De volgende dag stond er 90 km op de planning voor de volgende stop, die in het zand zou plaats vinden. Dus wij maar weer rijden en rijden en rijden en op een begeven moment hadden we er al 120 op zitten, iets verder dan de planning dus, en wederom werd er naast het strand een tentenkamp gebouwd nadat alle voertuigen eerst tactisch in de wind werden geplaatst, dit omdat het heel hard waaide en er zowat een zandstorm heerste. Er werd binnen in de tent een blik struikvoer warm gemaakt als avondeten want buiten was geen doen met die wind. Na het eten werd er nog even gespeeld met vuurwerk, bommetjes maken en vuurpijlen schieten, en daarna gingen we lekker naar bed. De volgende morgen konden we lekker uitslapen om we pas rond 13:00 konden vertrekken. Dit was omdat we via het strand reden en het water voor die tijd te hoog stond. Helaas werden we om een uur of 08:00 wakker omdat de hele tent vol zat met zand. Alles was door de ontluchtings gaten naar binnen gewaaid waardoor het binnen ook een zandbak was. Buiten waren de meeste voertuigen allemaal verzakt omdat het zand er onderuit was gewaaid dus sommige auto’s stonden nu opeens tegen elkaar aan, echt weer super grappig om te zien. Op het gemakje maar een ontbijtje gemaakt, stuikvoer lasagne, en daarna de tenten afgebroken en de auto ingepakt. Paul S kwam erachter dat hij de motor sleutel kwijt was dus het contact moest nog even omzeild worden en we waren klaar om te gaan. Rond een uur of 13:15 waren we daadwerkelijk weg en na een uurtje op het strand konden we het asfalt weer op. Tijdens deze strand rit hebben we voor het eerst echt goed vastgezeten met de Jeep. Dat kwam omdat we weleens schuin tegen het strand aan reden en er onderaan het strand nogal veel drap lag. Op het lastigste smalste stukje trok de aanhanger de Jeep naar beneden de drap in. De aanhanger gedraagt zich namelijk niet zo goed in een weke ondergrond als zand, de wielen sleep je eerder door het zand dan dat de wielen rollen. We baalde als een stekker natuurlijk omdat we nu tot boven de wielen onder de drap zaten en daarbij komt de gedachte dat de aanhanger eigenlijk nog niet eens voor ons is. Gelukkig kon de Unimog ons er wel uit krijgen met een verlengd sleepkabeltje en 6 duwers. Daarna dus nog maar een poging om het smalle en ondertussen verreden stukje te overbruggen en gelukkig ging de 2de keer wel net goed. Iedereen stond op dit stukje te kijken en iedereen juichte en klapte als er weer een auto voorbij het lastige stuk kwam, erg leuk en goed voor het groepsgevoel. Via het asfalt zijn we naar het hotel in Nouckachott gereden vanwaar ik nu zit te typen. Het is een leuk hotelletje met goede sanitaire mogelijkheden, lees warme douche, wat erg fijn is na 2 dagen alleen maar zand te hebben gezien.
Morgen hebben we hier weer een rustdag dus gaan we het stadje (Nouckachott is de hoofdstad van Mauritanië) in en lekker relaxen. De dag erna rijden we aan richting Senegal maar daarover meer in het volgende bericht.